Het project Tell Sabi Abyad

Sinds 1986 werken archeologen op Tell Sabi Abyad, arabisch voor de 'Heuvel van de Witte Jongen'. Het project staat onder leiding van Peter Akkermans van het Rijksmuseum van Oudheden Leiden.
Het onderzoek richt zich op twee belangrijke periodes in de ontwikkeling van het Nabije Ooosten: het Late Neolithicum, en de Midden Assyrische periode. Door de enorme hoeveelheid aan nieuwe en unieke informatie wordt het onderzoek op Tell Sabi Abyad internationaal erkend als één van de meest belangrijke archeologische projecten in de regio.
Graag introduceren we kort het project. Uitgebreide informatie vindt u op de officiële Sabi Abyad website

Het Late Neolithicum: Een Prehistorisch Dorpje

De eerste mensen vestigen zich op Tell Sabi Abyad omstreeks 6800 v.Chr., in het zogenaamde Late Neolithicum (Nieuwe Steentijd, ca. 6800 - 5800 v.Chr.). Deze tijd is één van de minst bekende, maar wel heel belangrijke, periodes van de archeologie. Veel van de latere culturele verworvenheden in het Nabije Oosten blijken namelijk hun oorsprong te hebben in het 7de tot 6de millennium v.Chr. Tell Sabi Abyad is één van de zeer weinige opgravingen die zich specifiek op deze tijd richt.
Weinig is bekend uit deze allervroegste fase van het Late Neolithicum, wanneer mensen voor het eerst aardewerk gingen fabriceren. De opgravingen brengen uitstekend bewaarde architectuur aan het licht uit de periode 6800 - 6400 v.Chr., die ons veel leert over de verschillende aspecten van het dagelijkse leven van deze mensen. Zo is een speciaal cultusgebouw aan het licht gekomen, waarin de lichamen van een aantal overledenen waren bijgezet.

Een andere belangrijke vondst op Tell Sabi Abyad is een goed bewaard gebleven dorp dat omstreeks 6000 v.Chr. door brand werd verwoest. Dit Verbrande Dorp is inmiddels opgegraven over een oppervlakte van ruim 1600 m2 en levert unieke informatie op. In de verzengende hitte zijn allerlei voorwerpen bewaard die onder normale omstandigheden volledig vergaan. Op sommige plaatsen staat de architectuur nog manshoog aan!

Na het verbrande dorp blijft men nog enkele eeuwen op Tell Sabi Abyad wonen. Omstreeks 5800 v.Chr. bouwen de bewoners een groot gebouw met stenen fundering. In het midden van het dorp ligt een groot open plein, dat misschien voor feesten werd gebruikt. Omstreeks 5700 raakt Tell Sabi Abyad verlaten.

Een Assyrisch grensstadje.

 

Omstreeks 1200 v. Chr. bouwen de Assyriërs boven op de oude ruines een versterkte nederzetting. Voor Syrië is dit een woelige periode, waarin Hettieten, Egyptenaren en Assyriërs met elkaar om de macht strijden. De riviervallei waar Tell Sabi Abyad zich bevindt is dan de westgrens van het Assyrische rijk.
Deze nederzetting is buitengewoon goed bewaard gebleven. De opgravingen richten zich jaarlijks op een ander deel van de Assyrische burcht. Het streven is om de nederzetting zo volledig mogelijk op te graven; voor de archeologie van de Assyrische tijd is dit een unicum. In grote lijnen is de plattegrond inmiddels compleet. Momenteel richten de opgravingen zich ondermeer op de stadsmuur met omringende gracht en op de woongebieden buiten de stadsmuur.
In de burcht wonen de lokale Assyrische bestuurders, die met hun ambtenaren verantwoordelijk zijn voor de regio. Eén hiervan kennen we uit de vele kleitabletten met teksten in spijkerschrift die gevonden zijn in de burcht: Tamitte. Deze kleitabletten bevatten unieke details over het dagelijkse leven in dit Assyrisch grensstadje.
Sinds 1991 richten de opgravingen zich jaarlijks op een ander deel van de Assyrische burcht. Het streven is om de nederzetting zo volledig mogelijk op te graven; voor de archeologie van de Assyrische tijd is dit een unicum. In grote lijnen is de plattegrond inmiddels compleet. Momenteel richten de opgravingen zich ondemeer op de stadsmuur en omringende gracht, en op de woongebieden buiten de stadsmuur.

Het einde en een Nieuw Begin.

Zo rond 1175 v.Chr. verlaten de Assyriërs plotseling in grote haast de nederzetting. Ruim drieduizend jaar later is er van de vroegere bedrijvigheid niets over. De lokale dorpsbewoners vertellen dat er alleen nog 's nachts een spook rondwaart - het is de 'witte jongen' van Tell Sabi Abyad.
De verlaten ruines veranderen geleidelijk in een tell, Arabisch voor 'ruïneheuvel'. De meeste archeologische opgravingen in het Midden Oosten vinden plaats op tells. In de Syrische steppe liggen er duizenden, uit alle episodes van de geschiedenis.
Sinds 1986 is de heuvel jaarlijks van augustus tot november de werkplek van een grote internationale groep archeologen. Het project is internationaal georiënteerd. Behalve Nederlandse en Syrische wetenschappers en studenten uit alle delen van de wereld nemen allerlei specialisten deel: aardewerk- en vuursteen specialisten, restauratoren, botanici, paleo-zoologen, fotograven, tekenaars, architekten.
Jaarlijks verblijven in het opgravingshuis zo'n 20 tot 25 personen.Het opgravingshuis is een traditioneel Arabisch huis gebouwd van in de zon gedroogde leemtichels, gelegen in het dorpje Hammam et-Turkman op zo'n 4 km van de opgraving. Het is speciaal vormgegeven om jaarlijks een professionele én prettige thuisbasis te vormen voor het Sabi Abyad team. Het is hard werken: opstaan voordat de zon opkomt, en vaak doorwerken tot 's avonds laat. De intensieve samenwerking tussen vrienden en collega's afkomstig uit allerlei landen, en met de Syrische medewerkers uit het dorp, is voor veel deelnemers aan het project één van de aantrekkelijke aspecten van het jaarlijkse veldwerk.